Doelstelling
Op 1 januari 2007 is de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) ingegaan. Deze wet komt in plaats van de Welzijnswet, de Wet voorzieningen gehandicapten en een deel van de AWBZ. Voor een goede invoering van deze wet is de Wmo Adviesraad opgezet.
Wat is de Wmo adviesraad?
De Wmo Adviesraad bestaat uit 13 vertegenwoordigers van belangenorganisaties of bewoners uit de Gemeenten op Goeree-Overflakkee met een onafhankelijke voorzitter. De Adviesraad is bevoegd gevraagd en ongevraagd een niet-bindend advies te geven aan het college van B&W over de prestatievelden waarop de gemeenten, in het kader van de Wmo, actief beleid moet gaan voeren. Via deze website willen wij van allerlei informatie over de Wet maatschappelijke ondersteuning aanbieden.
Wat houdt de Wmo eigenlijk in?
Het motto van de Wmo is 'meedoen'. Iedereen in de samenleving moet kunnen meedoen, maar meedoen is niet voor iedereen even vanzelfsprekend. Ouderdom, handicap, sociaal economische klasse of 'moeilijkheden thuis' kunnen hindernissen opwerpen die het moeilijk maken om in de maatschappij mee te doen. 'Meedoen' wil het kabinet bereiken door de zorg en ondersteuning aan burgers op een andere manier te regelen.
De rijksoverheid draagt steeds meer taken en verantwoordelijkheden over aan de gemeenten. In de Wmo wordt de medische zorg gescheiden van de maatschappelijke ondersteuning. De gemeente heeft al ervaring met de woningaanpassing, rolstoelen en vervoersvoorzieningen. Ook andere vormen van ondersteuning kunnen volgens de overheid beter op plaatselijk niveau worden geregeld. Zo wordt vanaf 1 juli 2006 huishoudelijke hulp op medische gronden niet langer meer vergoed vanuit de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten). Voortaan bepaalt de gemeente op welke gronden en onder welke voorwaarden deze voorziening wordt toegekend.
Het doel van de Wet maatschappelijke ondersteuning is dat mensen zo veel mogelijk voor zichzelf en elkaar zorgen. Daarom wordt de hulp en ondersteuning eerst verwacht van familie, vrienden, geloofsgemeenschappen en verenigingen (mantelzorg) omdat dit in veel gevallen voor snellere, betere en goedkopere oplossingen zorgt. Als het mensen met een ondersteuningsbehoefte niet lukt om zelf ondersteuning te regelen, kunnen ze bij de gemeente terecht. De gemeente kan dan een vrijwilligersorganisatie of een professionele organisatie inschakelen voor de nodige ondersteuning.
Patiënten- en cliëntenorganisaties hopen dat de centrale rol van de gemeente zal leiden tot minder ingewikkelde regelgeving en meer samenhang en maatwerk. Zij zien ook risico's, zoals ongelijke behandeling, minder keuzemogelijkheden en onvoldoende garanties voor een goede kwaliteit.
Er zijn tal van belangenorganisaties, die naast een aantal specifieke belangen ook heel veel gemeenschappelijke belangen zien. Samenwerking is belangrijk om overleg met de gemeente tot stand te brengen of bestaande overlegvormen te verbeteren.
De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) heeft als doel op lokaal niveau goede voorzieningen te bieden, opdat iedere burger gelijke kansen heeft om deel te nemen aan de samenleving. De gemeenten krijgen de regierol bij de uitvoering van de wet en bepalen voor een groot deel zelf hoe ze de maatschappelijke ondersteuning organiseren. Zij hebben de wettelijke plicht belangenorganisaties te betrekken bij het opstellen van een vierjaarlijkse Wmo-beleidsnota. Cliënten-, patiënten- en consumentenorganisaties op Goeree-Overflakkee en hun ondersteunende organisaties vinden het van groot belang dat gemeenten onderstaande uitgangspunten hanteren als basis voor hun beleid en in gesprek gaan met (lokale) belangenorganisaties over de voorwaarden waaraan dit beleid vanuit het perspectief van cliënten dient te voldoen.
Omdat de Wmo-Adviesraad de gemeenten adviseert over de nieuwe wet is het van belang dat ook de inwoners van de gemeenten op Goeree-Overflakkee hun mening kunnen laten horen. Vandaar dat wij als Wmo-Adviesraad op deze pagina de mogelijkheid aan alle bewoners geven hun reacties en mening neer te zetten.
Uitgangspunten
Bij het creëren van gelijke kansen is solidariteit een sleutelbegrip. De basis van het beleid wordt gevormd door de Standaardregels betreffende het bieden van gelijke kansen voor gehandicapten (VN-resolutie 48/96, 1994), Agenda 22 (toepassing van deze regels op het lokale beleid) en de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (december 2003).
Voor de Wmo kan dat worden vertaald in de volgende uitgangspunten:
- Mensen met beperkingen kunnen, als zij dat wensen, zo lang mogelijk zelfstandig thuis blijven wonen en volwaardig participeren in de samenleving.
- Adequate woon- zorg- en welzijnsvoorzieningen zijn in voldoende mate beschikbaar, bereikbaar en betaalbaar.
- Individuele voorzieningen worden vastgelegd in een verordening waaraan burgers rechten kunnen ontlenen.
- Elke gemeente heeft tijd en middelen om cliëntenparticipatie gestalte te geven.
Voorwaarden
In de Wmo worden, naast de Wet Voorzieningen Gehandicapten en de Welzijnswet, een aantal onderdelen van de AWBZ opgenomen. De gemeente is al verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet Voorzieningen Gehandicapten en de Welzijnswet. Met name bij de vormgeving van de Wet Voorzieningen Gehandicapten hebben patiënten-, cliënten- en consumentenorganisaties een aantal voorwaarden ontwikkelt op basis waarvan mensen met beperkingen volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Het gaat hierbij om de volgende voorwaarden:
- Toegang
- Integrale voorzieningen
- Keuzevrijheid
- Cliëntenparticipatie
- Kwaliteit